klein lettertype groot lettertype groter lettertype
 De Bodemkundige Dienst van België graaft naar eigen wortels
Minimize

In 2006 vierde de Bodemkundige Dienst van België (BDB) haar zestigste verjaardag. Vier jaar later is de dienst alweer gericht op de toekomst. In 2016 zal de BDB zeventig jaar worden. Voor we dat mogen vieren staat er nog heel wat op het programma. Zo zal de huidige huisvesting uitgebreid worden met een moderne nieuwbouw. Hoog tijd dus om eens degelijk op te ruimen en na te denken over zowel het verleden als de toekomst van de Bodemkundige Dienst van België.

De BDB heeft daarom besloten om na decennia van graven in de bodem ook eens op een professionele wijze te gaan graven in haar eigen verleden. Hiervoor werd een historica ingeschakeld die verbonden is aan het Interfacultair Centrum voor Agrarische Geschiedenis van de K.U.Leuven. Zij zal aan de hand van archiefmateriaal, mondelinge overleveringen, publicaties en literatuur de geschiedenis van de dienst reconstrueren.

Hoe het allemaal begon

Professor priester Jozef Baeyens was de grondlegger van de wetenschappelijke discipline plantenvoeding en de bodemanalyse in België. Hij studeerde in 1924 af te Leuven als landbouwingenieur en werd leraar aan de Middelbare Landbouwschool te Geel. Hij interesseerde zich vooral voor de bodemkunde en publiceerde hierover. In 1932 werd hij aangesteld als docent aan de Katholieke Universiteit te Leuven. Hij richtte er een eerste leerstoel Bodemkunde op. In 1935 werd hij tot hoogleraar benoemd en stichtte het Bodemkundig Instituut van de universiteit.

Naar aanleiding van de oprichting van het INEAC (Institut National pour l’Etude Agronomique au Congo Belge) werd Baeyens door minister van Koloniën Albert Jozef de Vleeschauwer belast met een zending naar Kongo. Baeyens werd gevraagd er een bodemkundige prospectie te ondernemen. De studiereis duurde 18 maanden in de jaren 1934-1935. De doelstelling van deze studie was een eerste kennismaking met de bodemgesteldheid onder tropische condities, met de vruchtbaarheid van de gronden in Kongo en met de bodemvereisten voor belangrijke gewassen zoals palmolie, cacao, koffie, bananen en suikerriet. Naast de studie van de ‘natuurlijke’ bodemvruchtbaarheid werd ook aandacht besteed aan de behoefte aan meststoffen om de productiecapaciteit bij te stellen en te verhogen. 6000 grondstalen werden gedurende deze expeditie genomen en ter analyse naar het Bodemkundig Instituut te Leuven verscheept.

Bij zijn terugkeer uit Afrika wijdde professor Baeyens zich aan de verdere uitbouw van het Bodemkundig instituut en van een Laboratorium Bodemkunde aan het Landbouwinstituut van de K.U.Leuven. Het labo werd door INEAC gesteund om de omvangrijke hoeveelheid grondmonsters uit Kongo te analyseren.

In 1937 verleende het NFWO (Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek) een toelage met het doel de vruchtbaarheidsnormen ook voor de Belgische landbouwgronden vast te leggen. De pionierende bodemonderzoekers ontleedden de eerste tien jaar 130.000 bodemmonsters, monnikenwerk dat gemiddelde oogstvermeerderingen opleverde van 20 à 30 procent. Genoeg voor het Ministerie van Landbouw om na de Tweede Wereldoorlog mee de schouders te zetten onder de oprichting van de Bodemkundige Dienst. Aanvankelijk werden de hoofdelementen (calcium, magnesium, kalium, natrium en fosfor) ontleed en werd grote aandacht besteed aan de bodemgeschiktheid.

Sindsdien heeft de Bodemkundige Dienst haar actieterrein uitgebreid tot een ganse waaier van analysen en adviezen in verband met landbouw, bodemgebruik in andere sectoren, milieu en waterhuishouding. De BDB droeg van in het begin bij tot een doelmatig beheer van de bodemvruchtbaarheid en het gebruik van meststoffen.

Grondontleding en bemestingsadvies als basis

De service die de Bodemkundige Dienst van België wil bieden zijn gefundeerde bemestingsadviezen gebaseerd op degelijke grondontleding. Van bij het begin van haar ontstaan beschikte de BDB over drie grote troeven:

  1. De enthousiaste medewerking van het Ministerie van Landbouw en van sommige landbouwverenigingen.
  2. Het beroep dat gedaan kon worden op een groep van toegewijde landbouwlesgevers en onderwijzers om als staalnemers op te treden. Aan deze mensen is de snelle verspreiding van het bodemonderzoek in België voor een groot gedeelte te danken.
  3. Het grootschalig onderzoek naar de bodemvruchtbaarheidsnormen door professor Baeyens, uitgevoerd voorafgaand aan de oprichting van de BDB: het biedt een unieke basis voor het interpreteren van de ontledingsuitslagen. Dit onderzoek, dat enorm veel geld, tijd en mankracht heeft gekost blijft de referentie voor het onderzoek van de BDB.

Een goed grondstaal moet representatief zijn voor het perceel. De bemonstering zelf is dus van het grootste belang. Daarom besteedt de Bodemkundige Dienst bijzonder veel aandacht aan de opleiding van haar staalnemers. In 1950 omvatte de organisatie 800 erkende staalnemers, met in elke provincie een consulent die de staalname organiseerde en controleerde. Intussen is het netwerk van ‘gelegenheidsstaalnemers’ uitgebreid met full time staalnemers in vast dienstverband.

Daarnaast laat de Bodemkundige Dienst zich leiden door drie principes:

  • Nauwkeurig en juist: Zowel de staalname als de analyse die worden uitgevoerd door de Bodemkundige Dienst zijn BELAC geaccrediteerd. Ook voor de interne kwaliteitscontrole legt de Bodemkundige Dienst de lat zeer hoog: per 24 grondstalen wordt er tenminste één onafhankelijk grondstaal ter kwaliteitscontrole geanalyseerd.
  • Snelheid: De landbouwer moet de analyse en het advies vlug bekomen. Dank zij de komst van de computer en de inschakeling van beroepsstaalnemers is de tijd tussen de staalname en het ontvangen van bemestingsadvies aanzienlijk gedaald. Dank zij BDBnet kan de land- en tuinbouwer zelf zijn resultaten online raadplegen en downloaden.
  • Wetenschappelijk onderzoek: Het bemestingsadvies is gesteund op een gefundeerde adviesbasis die voortdurend wordt geoptimaliseerd op basis van de expertise met proefvelden op Belgische bodems. Inmiddels zijn meer dan 5000 bemestings- en bekalkingsproeven aangelegd op de verschillende Belgische bodemtypes. Daarvoor zorgt de afdeling Onderzoek en Studies. Deze afdeling heeft onder andere als doel de grondontledingsmethoden te verbeteren en te rationaliseren, het aanpassen van de bemestingstechnieken en bemestingsadviezen aan gevonden onderzoeksuitslagen en het oplossen van bodem- en bemestingsproblemen die specifiek zijn voor de Belgische land- en tuinbouw.


Bekalkingsproef te Rijmenam 1952 en GFT-proef te Boutersem 2010

Het onderzoeksproject: de geschiedenis van de Bodemkundige Dienst van België

Er zal aan de hand van de geschiedenis van de Bodemkundige Dienst van België onderzoek gedaan worden naar de ontwikkeling en evolutie van de bodemanalyse en bemesting in ons land. Deze ontwikkelingen zullen ook worden gesitueerd in een internationale context. Cruciale aandachtspunten in het onderzoek zijn:

  • het ontwikkelen van de onderzoeksmethodologie door Professor Jozef Baeyens en zijn opvolgers. Het gaat hier onder meer om proefveld- en praktijkonderzoek, waarnemingen te velde en potproeven. Belangrijk daarbij is de link tussen de waarnemingen op de proefvelden enerzijds en de analysemethodieken in het laboratorium anderzijds.
  • de evolutie van de onderzoeksresultaten en de concrete dienstverlening van de Bodemkundige Dienst met nadruk op de relatie tussen de onderzoekswereld en de land- en tuinbouwsector.


Bekalking proefveld Rijmenam 1952 en oogst proef Rijmenam 1952

Oproep naar archiefmateriaal en interviews: Wij hebben u nodig!

Om de geschiedenis van de Bodemkundige Dienst van België en van de bodemanalyse en bemesting in het algemeen te kunnen onderzoeken maken we gebruik van archiefmateriaal dat op de Bodemkundige Dienst van België in Heverlee jarenlang is bijgehouden. Het gaat bijvoorbeeld om zestig jaar oude proefveldboeken, foto’s, tijdschriftartikels, onderzoeksverslagen, cijfer-materiaal en dergelijke meer.

Maar de BDB heeft natuurlijk al die jaren niet enkel binnen haar vier muren gewerkt. Heel veel werk gebeurde namelijk te velde bij de landbouwers. Daarom doen wij graag een oproep aan iedereen (landbouwers, staalnemers, onderzoekers, onderwijzers, klanten van de Bodemkundige Dienst, familieleden van personen die werkten voor de BDB of van mensen die betrokken waren bij de BDB,…) die denkt nuttig materiaal thuis te hebben liggen. Dit kan gaan van foto’s, brieven en artikels tot ontledingsuitslagen en – adviezen. Ook algemeen materiaal in verband met bemesting en bodemanalyse in België en Europa is meer dan welkom.

Daarnaast zijn we ook op zoek naar mensen die graag geïnterviewd willen worden in verband met hun ervaringen en kennis over de beginperiode (jaren ’40, ’50, ’60) van de Bodemkundige Dienst. Wij komen jullie met plezier opzoeken voor een goed gesprek. Was u, uw vader of grootvader staalnemer? Heeft een deel van uw veld als proefveld gediend? Hebt u regelmatig van de diensten van de BDB gebruik gemaakt? Twijfel niet en neem gerust contact met ons op!

Contactgegevens:

Dra. Hanne De Winter
Wetenschappelijk Medewerker ICAG
Mail: hanne.dewinter@icag.kuleuven.be
Tel: +32 (0)16 32 88 33
Fax: +32 (0)16 32 35 26

Dr. ir. Annemie Elsen
Verantwoordelijke Onderzoek en Studies BDB
Mail: aelsen@bdb.be
Tel: + 32 (0)16 31 09 22
Fax: +32 (0)16 22 42 06

Bezoekers vandaag: 117   Aantal bezoekers momenteel on-line: 68