klein lettertype groot lettertype groter lettertype
 Studienamiddag Bodemkundige Dienst van België
Minimize

Meten om te sturen

Op 16 februari 2012 stelde de Bodemkundige Dienst van België haar nieuwste publicatie “Wegwijs in de bodemvruchtbaarheid van de Belgische akkerbouw- en weilandpercelen (2008-2011)” voor. Het Jozef Heuts-auditorium van het landbouwinstituut in Heverlee zat afgeladen vol tijdens de studienamiddag “Meten om te sturen”, die de Bodemkundige Dienst organiseerde voor deze gelegenheid.

Na een warm welkomstwoord van Hilde Vandendriessche, afgevaardigd bestuurder van de Bodemkundige Dienst, werden de toestand en evolutie van de bodemvruchtbaarheid in België uitgebreid toegelicht door Sofie Maes, medewerkster van de afdeling Onderzoek en Studies. Ze besprak in detail de verschillende bodemvruchtbaarheidsparameters en de hieraan gekoppelde bemestingsadviezen, en dit zowel voor akkers als voor weilanden. Uit de cijfers bleek o.a. dat 40% van de akkerbouwpercelen binnen de streefzone voor pH liggen, dat het percentage akkers met een hoog fosforgehalte duidelijk gedaald is, dat het kalium- en magnesiumgehalte gemiddeld op een hoog niveau zitten en dat ook de zwavelbemesting onze aandacht verdient. Tot slot benadrukte Sofie dat er een grote variatie in bodemvruchtbaarheid tussen percelen blijft bestaan, zodat een perceelsgebonden analyse en bemestingsadvies steeds aangewezen blijft.

Jan Bries gaf een presentatie over het sturen van de stikstofbemesting, gedreven door onderzoek, voorlichting en beleid. Hij lichtte de principes van het bemestingsadviessysteem N-index toe aan de hand van praktijk- en proefveldgegevens voor verschillende teelten. Hierbij kwamen verschillende aspecten zoals gewasrespons, gewasbehoefte, opnamecurves, surpluscurves, stikstofmineralisatie uit bodem, oogstresten, groenbedekkers en mest, fractionering van de stikstofbemesting, en niet te vergeten het nitraatresidu uitgebreid aan bod. Het effect van groenbedekkers op het nitraatresidu werd geïllustreerd aan de hand van statistieken. Op gebied van gemiddelde nitraatreserves in het voorjaar bleek dat de reserves in de periode 2008-2011 gemiddeld lager waren dan deze in de periode 1989-1991 (20 jaar geleden), met als gevolg gemiddeld hogere stikstofbemestingadviezen. Tot slot werden ook de (positieve) effecten van verschillende beleidsmaatregelen aangehaald.

Als derde spreker herinnerde Annemie Elsen ons aan het belang van organische stof in de bodem, als basis van de bodemkwaliteit en de bodemvruchtbaarheid. Er werd teruggeblikt op de situatie en de evolutie in het verleden. De laatste 20 jaar werd een dalende trend vastgesteld, te wijten aan verschillende oorzaken, zoals de toename van de ploegdiepte, de verminderde aanbreng van organische bemesting, de afvoer van oogstresten en het scheuren van weiden. Voor de laatste periode 2008-2011 kon Annemie ons het goede nieuws melden dat het organische-stofgehalte eindelijk opnieuw gestegen is, zowel in akkers als in weiden: een trendbreuk met het verleden! Deze positieve evolutie schreef ze eerst en vooral toe aan de responsabilisering van de land- en tuinbouwers, die het organische-stofgehalte bijsturen door aangepast landgebruik, het verlagen van de afbraaksnelheid en het verhogen van de organische-stofaanvoer, maar ook aan het toenemend areaal korrelmaïs (meer oogstresten) en het feit dat de ploegdiepte niet meer verder toeneemt. Tot slot benadrukte Annemie nogmaals het belang van perceelspecifieke adviezen, om de dubbele uitdaging aan te gaan van een goed organische-stofbeheer enerzijds en het onder controle houden van de stikstofmineralisatie en het nitraatresidu anderzijds.

Dirk Coomans, algemeen coördinator van het Coördinatiecentrum voorlichting en begeleiding duurzame bemesting (CVBB), gaf als gastpreker een verhelderende toelichting bij de werking van dit centrum. Het ontstaan en de doelstellingen van het centrum kwamen aan bod, de historiek van het Mestdecreet en de resultaten van het MAP-meetnet in Vlaanderen werden voorgesteld en tenslotte werd ook meer in detail ingegaan op de verschillende taken en de structuur van het CVBB. Tot slot herhaalde Dirk de concrete uitdagingen van MAP4 voor de land- en tuinbouwers:
- Meten om te sturen, waarbij de opbrengst en kwaliteit moeten behouden blijven of zelfs verbeterd worden,
- perceel- en gewasspecifiek bemesten, waarbij het belang van grondontleding, mestanalyse, profielanalyse en bemestingsadviezen nogmaals benadrukt wordt,
- maximale inzet van beschikbare mest, waarbij dierlijke mest vooral vroeg in het groeiseizoen moet gebruikt worden, en tenslotte
- leren omgaan met werkzame stikstof.

Klik hier om de presentaties van de studienamiddag te bekijken:

Klik hier om de publicatie: “Wegwijs in de bodemvruchtbaarheid van de Belgische akkerbouw- en weilandpercelen (2008-2011)” te bestellen.

Bezoekers vandaag: 1210   Aantal bezoekers momenteel on-line: 40