Houtsnippers als organische bodemverbeteraar

In zowat heel Vlaanderen vormen de lage organische-stofgehaltes in de bodem een belangrijk probleem. Op zoek naar interessante bodemverbeterende middelen om de organische stof een boost te geven, kwamen Agrobeheercentrum Eco2 en de Bodemkundige Dienst van België in 2016 voor het eerst op het idee om het restafval van houtkantenbeheer, het takkenhout, te versnipperen en in te werken in akkers. Eens ondergewerkt worden deze houtsnippers door het bodemleven langzaam afgebroken en (deels) omgezet naar humus.

Deze houtsnippertechniek draagt bij aan een maximale valorisatie van biomassa(rest)stromen uit het landschap. Het toedienen op akkers van versnipperd lokaal geoogst hout uit een ecologisch georiënteerd landschapsbeheer is een hoogwaardige toepassing volgens het cascaderingsprincipe voor (biomassa)reststromen (i.e. Ladder van Lansink).


Figuur 1: houtsnippers uitgereden in het proefveld in Oost-Brabant (SoilCare)

Sinds 2016 volgt de Bodemkundige Dienst van België (BDB) verschillende demonstratie- en proefvelden met houtsnippers op in Zuid-Limburg (LEADER-projecten Koester de Koolstof en Koolstofcirkels), in de Kempen (LEADER-project Koester de Kempense Koolstof) en in Vlaams-Brabant (Interreg-project Leve(n)de Bodem en Europees Horizon2020-project SoilCare).

Tot nu toe zijn de resultaten veelbelovend. Hieronder vind je meer informatie over onze bevindingen rond

  • Organsiche-stofopbouw in de bodem
  • Infiltratie van regenwater
  • Stisktof
  • Gewasopkomst en -opbrengst
  • Praktijkaanbevelingen

Organische-stofopbouw in de bodem

Houtsnippers zijn, omwille van hun hoge gehalte aan zeer resistent organisch materiaal, ideaal om het gehalte aan stabiele organische stof in de bodem op relatief korte termijn te verhogen. Drie van de vier demopercelen in leembodems in Haspengouw (Koester de Koolstof) vertoonden al na 2 jaar een zichtbare trend naar een hoger organische-stofgehalte in de stroken waarin houtsnippers werden toegediend.



Figuur 2: Evolutie van het organische-koolstofgehalte in de demopercelen van Koester de Koolstof, met en zonder houtsnippertoediening

Infiltratie van regenwater

De snelheid waarmee regenwater in de bodem infiltreert is een belangrijke indicator voor de fysische bodemkwaliteit: hoe sneller de infiltratie, hoe minder erosie er zal optreden en hoe minder de bodem zal dichtslaan bij hevige neerslag. Positieve effecten op de bodemstructuur en -waterhuishouding en de erosiegevoeligheid werden aangetoond door infiltratiemetingen.



Figuur 3: Meting van de infiltratiesnelheid (links) en resultaten in de demopercelen van Koester de Koolstof

Stikstof

Het gebruik van houtsnippers kan leiden tot tijdelijk immobiliseren van stikstof in de bodem. Bij de afbraak en omzetting van organisch materiaal in de bodem komt namelijk minerale stikstof vrij (mineralisatie), maar nemen de micro-organismen ook stikstof op voor hun eigen groei (immobilisatie). Het stikstofgehalte in het organisch materiaal en meer bepaald de verhouding tussen het koolstof- en het stikstofgehalte (C:N) speelt dus een belangrijke rol in deze processen. Als deze C:N dicht aanleunt bij wat de micro-organismen nodig hebben voor hun groei zullen ze het materiaal maximaal kunnen omzetten naar humus, zonder dat er concurrentie voor stikstof ontstaat tussen planten en micro-organismen. Algemeen wordt gesteld dat een C:N-verhouding van 30 (20 à 40) van aangevoerd organisch materiaal optimaal is voor het bevorderen van het bodemleven zonder de gewasopname van nutriënten in het gedrang te brengen.

De C:N-verhouding van houtsnippers kan variëren tussen 30 en 170, afhankelijk van de ouderdom van het hout (dunne takken, jong hout, stammen, kruinen,...) en de houtsoort (houtkanten, fruitbomen, populieren, wilg,...). Bij de toediening van houtsnippers met dergelijke hoge C:N-verhoudingen zal dus tijdelijk netto stikstofimmobilisatie optreden. Afhankelijk van weers- en bodemomstandigheden zal deze immobilisatie op korte of langere termijn optreden. Wanneer dit in het najaar gebeurt als er geen gewas meer op het veld staat, is dit een positief effect, omdat het nitraatresidu en de stikstofuitspoeling tijdens de winter hierdoor gereduceerd worden. In het voorjaar en tijdens het groeiseizoen kan immobilisatie zorgen voor een stikstoftekort voor het gewas en moet er eventueel extra aanvoer van stikstof voorzien worden (bv. door het zaaien van vlinderbloemige groenbedekkers of door het toedienen van drijfmest of kunstmest).

Minerale-stikstofmetingen in de demopercelen van Koester de Koolstof wijzen op een tijdelijke stikstofimmobilisatie, met als positief effect de vermindering van het nitraatresidu in het eerste jaar na toediening.



Figuur 4: Minerale stikstof in het bodemprofiel (0-90 cm; in november 2018: 0-60cm) van de demopercelen van Koester de Koolstof


Gewasopkomst en -opbrengst

Er werden nog geen negatieve effecten op de gewasopkomst en -opbrengst vastgesteld bij voorjaarsteelten zoals suikerbieten (1 proef), cichorei (1 proef) mais (3 proeven), ondanks een (beperkte) afname van de minerale stikstof in het eerste groeiseizoen na toediening (Koester de Koolstof en Leve(n)de Bodem).

Wanneer wintertarwe werd gezaaid onmiddellijk na de toediening van houtsnippers in het najaar 2017 in een lemige-zandbodem (Oost-Brabant, SoilCare), werd echter wel een negatief effect vastgesteld: de opkomst van deze tarwe werd duidelijk belemmerd door de toegediende houtsnippers, waardoor ook de opbrengsten in 2018 iets lager waren dan in de rest van de proef. In het daaropvolgende najaar 2018 werd er geen verschil meer waargenomen voor de opkomst van wintergerst.


Figuur 6: SoilCare proef te Lovenjoel, satellietbeeld genomen na najaarstoediening van houtsnippers, na de zaai van wintertarwe in het najaar 2017; de blekere stroken komen overeen met de houtsnippertoedieningen
(bron: Google Earth)

Praktijkaanbevelingen

Op basis van literatuuronderzoek en de eigen ervaringen in de veldproeven werden een reeks praktijkaanbevelingen opgesteld:
  • Op dit moment mogen enkel bedrijfseigen houtsnippers evenals houtsnippers van duurzaam beheerde houtkanten (KLE's) toegediend worden. Houtsnippers die niet aan deze voorwaarden voldoen (bv. afkomstig van containerparken,...) worden beschouwd als afval en vereisen een grondstoffenverklaring.
  • Toedieningstijdstip: bij voorkeur in het najaar, gevolgd door een (vlinderbloemige) groenbedekker en niet-kerende grondbewerking.
  • N-bemesting: In het voorjaar een N-indexontleding laten uitvoeren om na te gaan of een extra N-bemesting nodig is.
  • Dosis houtsnippers: meestal wordt een eenmalige toediening van 150 m3/ha (± 40 t/ha, afhankelijk van het drogestofgehalte) voorgesteld. Na 3-4 jaar kunnen nog bijkomende toedieningen aan een lagere dosis gegeven worden.
  • Inwerken: bij voorkeur oppervlakkig inwerken in de bovenste laag van 5-10 cm.